dinsdag 17 juni 2014

vrijdag 6 juni 2014

GIP (DCO)

Ik koos voor een good practice uit 6 industriële wetenschappen op EDUGO, Campus Glorieux te Oostakker. De GIP handelt over de waterzuivering in een chemische bedrijf in het Gentse, Taminco. Dit sluit ergens aan bij mijn vooropleiding, namelijk farmaceutische en biologische laboratoriumtechnologie. 

Deze GIP heeft een duidelijke structuur, opbouw en samenhang. Qua lay-out en structuur vertoont het sterke gelijkenissen met mijn bachelorproef. De leerlingen worden duidelijk voorbereid op een opleiding aan de hogeschool.

Globaal gezien is er een inleiding, midden en slot aanwezig.
De GIP start met een voorwoord, hierin wordt het doel van de GIP toegelicht en is er ruimte voor een dankwoord. Nadien volgt de inhoudsopgave. Deze wordt weergegeven volgens de vooropgestelde normen, die ook op de hogeschool worden gevolgd.

Het midden van de GIP zelf is het theoretische en praktische gedeelte. Er wordt gestart met een omschrijving van het begrip pH. Nadien wordt de waterzuivering in Taminco beschreven, gevolgd door de stalenanalysen. Hierbij worden de gebruikte methoden beschreven. Deze onderdelen van de GIP zijn gebaseerd op literatuurstudie en bedrijfsbezoeken in Taminco. Het laatste onderdeel bevat een proef, dit betreft een analyse dat de leerling zelfstandig, onder begeleiding, uitvoerde.

In het besluit wordt de ervaring bij het maken van een GIP beschreven. Als besluit lijkt me een conclusie over de gedane analyse meer op zijn plaats, anderzijds is het de doelstelling dat de leerlingen bewijzen dat ze bekwaam zijn een belangrijk deel van de leerstof te verwerken. In het kader hiervan is reflectie over dit proces belangrijk en kan worden opgenomen als besluit. Hieruit blijkt dat de leerling oprecht geïnteresseerd is en graag een professionele bachelor chemie wil aanvatten.

Er is een correct weergegeven trefwoordenlijst, bibliografie en online bronnenlijst aanwezig. Ik mis wel de bronvermeldingen in de GIP zelf. Echter, aangezien er veel uit de cursus chemie komt is dit minder zinvol.
Tenslotte is ook een lijst met emailverkeer, fotolijst en bijlagelijst opgenomen in de GIP. 


Naast de GIP werd er ook een pre-GIP gemaakt waarvan het onderwerp aansluit bij de GIP en hierbij werd toegevoegd. De pre-GIP handelt over anomalieën van water. Het heeft dezelfde structuur als de GIP, enkel wordt dit in tweevoud gemaakt. Naast de Nederlandstalige versie is er een Engelstalige versie. Dit is een troef, zeker in wetenschappen. Wetenschappelijke artikels zijn vaak Engelstalig, dit is een goede voorbereiding naar het hoger onderwijs toe.
Zoals bovenstaande figuur is de GIP een puzzel waarvoor er verschillende puzzelstukjes in elkaar vallen.
Voor de realisatie van een GIP moeten de geziene leerinhouden op een correcte manier aan elkaar gekoppeld worden.
Niet enkel de samenhang van de leerinhouden komt aan bod maar ook veel vakoverschrijdende eindtermen. Zo moet de leerling zelfstandig contacten leggen met een bedrijf (hier Taminco). Communicatie is bijgevolg heel belangrijk, zowel naar het bedrijf toe als naar de begeleiders vanuit de school.
Bij de uitvoering van de analyse leert de leerling zelfstandig werken en werk te plannen. Zo moeten bijvoorbeeld alle nodige reagentia aanwezig zijn.
Het is ook een troef voor de leerling om over een bepaald gebied meer te ontdekken. Op deze manier kan de leerling zich reeds een beeld vormen wat een bepaald beroep, zoals laborant, inhoudt. Dit is enerzijds mogelijk bij de realisatie van de GIP op zichzelf, anderzijds wordt er ook de mogelijkheid gecreëerd om met mensen in het werkveld in dialoog te gaan. 


Het maken van een GIP is bijgevolg een goede leerschool, zowel voor leerlingen die als doel hebben verder te studeren als voor leerlingen die in het beroepsleven willen stappen.

Jaarplannen (DCO)

Een jaarplan is een werk- en planningsdocument waarin de timing, inhouden en doelstellingen van het leerplan worden opgenomen.
Het dwingt je als leerkracht actief na te denken over de realistische planning van het jaar.
Hierbij is belangrijk de nodige tijd en aandacht te besteden aan de opbouw van dit werkdocument. De samenhang tussen de verschillende leerinhouden wordt beter zichtbaar waardoor je de volgorde kan bepalen en deze bijgevolg op een structurele manier kan overbrengen naar de leerlingen. 
Door het opstellen van het jaarplan bewaak je de samenhang en continuïteit in het leerproces van de leerlingen, schooljaargebonden als over de schooljaren heen. Het maakt ook vakoverschrijdende samenwerking met collega’s mogelijk. Tenslotte zorgt dit ervoor dat een interimaris een leidraad heeft. Het is duidelijk wat reeds gezien werd, wat nog moet gezien worden en welke timing hiervoor is uitgetrokken. 
Het sterktepunt van een jaarplan is dat het een groeidocument is dat continu wordt bijgewerkt. Zo vermindert enerzijds de planlast over de jaren heen en wordt er anderzijds efficiënter en effectiever gewerkt. Door de continue aanpassingen op basis van ervaringen, nieuwe afspraken of de schoolkalender worden de inhouden en de doelstellingen van het leerplan zo optimaal mogelijk gerealiseerd.


Ik bestudeerde een jaarplan biologie uit het 3de jaar richting wetenschappen (2u/w) uit mijn stageschool. Deze jaarplanning is gebaseerd op het leerplan biologie 2de graad ASO 2u/w VVKSO met leerplannummer D/2012/7841/004.

Op deze school zijn alle planningsdocumenten conform de regels van de school, zo is er uniformiteit tussen de verschillende documenten. Deze documenten komen op smartschool, er wordt bijgevolg transparant gewerkt.
Het document dat ik kon inzien is het persoonlijk planningsdocument van de vakleerkracht. Zij kiest ervoor zelf een planning te maken en dit nadien om te zetten in het schooldocument.

Het document start met de vermelding van het schooljaar, gevolgd door het leerplan, de klas en de vakleerkracht. Het jaarplan is verticaal ingedeeld in de schooltrimesters.
Horizontaal is het jaarplan ingedeeld in: 
  • Periode (timing)
  • Leerinhouden
  • Didactische werkvormen (naast onderwijsleergesprek, powerpoint, oefeningen, proeven, filmfragmenten)
  • Leerplandoelstellingen
  • Gemeenschappelijke eindtermen wetenschappen
  • Vakgebonden eindtermen biologie
  • Specifieke eindtermen biologie 2de graad
  • Vakoverschrijdende eindtermen
Deze jaarplanning is een good practice. Het is duidelijk wanneer er aan welke eindtermen gewerkt wordt. Spreiding hiervan is vlot te overzien. De eindtermen en leerplandoelstellingen worden vermeld aan de hand van een nummer. Reeds op de jaarplanning wordt nagedacht over de didactische werkvormen. Dit is zeker een meerwaarde als er extra materiaal voorzien moet worden. Of als er een gastspreker wordt uitgenodigd. Door hierover op voorhand na te denken kan je dit inplannen in samenspraak met collega's.
De VOETEN worden enkel vermeld bij de extra activiteiten of opdrachten.

Tenslotte viel me op dat de extra's en de verdiepingsdoelstellingen in een andere kleur worden weergegeven. Dit zorgt ervoor dat het overzicht bewaard blijft. Als er door omstandigheden iets geschrapt moet worden, moet je niet de uitgeschreven leerplandoelstellingen opzoeken in het jaarplan. Ook zijn uitbreidingsleerinhouden die niet aan bod kwamen letterlijk doorstreept, op deze manier kan je nadien gemakkelijker reflecteren. 

Ik kan hieruit besluiten dat een jaarplan heel belangrijk is, zowel voor een beginnende leerkracht als een meer ervaren leerkracht. Het dwingt je na te denken over je planning, dit is zowel een voordeel voor jezelf als naar de leerlingen toe.

dinsdag 3 juni 2014

Handelingsgericht werken in het Sint-Laurensinstituut (PP PPC/BEG)

In het kader van de PP-opdracht voor PPC en begeleiding interviewden Jarno, Charlotte en ik Leen. Leen geeft reeds 11 jaar wiskunde in het Sint-Laurensinstituut te Zelzate. We toetsten de 7 principes van handelingsgericht werken af aan de praktijk in deze school.

Veel kijk- en luistergenot!


donderdag 29 mei 2014

Observatiestage Sint-Pietersinstituut

Op het Sint-Pietersinstituut had ik twee vakmentoren, ik ging bijgevolg bij beide observeren. Ik gaf biologie en chemie in de 3de graad, bij de wetenschappen en economie.
Het was best een raar gevoel, stage lopen op de school waar ik zelf mijn middelbare schooltijd beleefde. Veel herinneringen kwamen bijgevolg naar boven. Het voelde goed, terug te zijn in deze vertrouwde omgeving. Echter, net zoals in mijn leven is ook hier de tijd niet blijven stilstaan.

Het was me direct duidelijk dat er tussen beide stagescholen een groot verschil is. In het MUDA zijn de klasgroepen klein, een groep van 26 leerlingen is daar een uitzondering terwijl dit hier eerder de regel is. Dit heeft vele gevolgen, zo is het als leraar moeilijker te differentiëren. De vaklokalen biologie en chemie zijn niet voorzien op zo grote groepen, iedereen kan juist een plaatsje vinden. Dit maakt het moeilijker om activerende werkvormen toe te passen of groepjes te vormen.

De sfeer op het MUDA en Sint-Pieters is ook helemaal anders. De leerlingen op het MUDA hebben bijna één voor één een passie waar ze ten volle voor gaan namelijk muziek, dans of drama. Ondanks dit gegeven merkte ik geen desinteresse bij de leerlingen voor natuurwetenschappen. In het derde jaar kwam dit wel iets naar boven.

Dit in tegenstelling met de desinteresse van leerlingen in de observatiestage in de richting economie. Het contrast met de wetenschappen is enorm, daar kan je nooit genoeg vertellen en blijven de vragen maar komen. Het enthousiasme van de leerlingen straalt op jou af en uiteraard omgekeerd.
Het moet wel gezegd zijn dat het er veel meer verwacht wordt van de leerlingen in economie ten opzichte van leerlingen in het KSO. In een economische richting krijgen de leerlingen chemie, biologie en fysica terwijl in het KSO 2 uur natuurwetenschappen in het lesprogramma aanwezig is.

De inzichten die ik bij de observatie waarnam, kan u in onderstaande mindmap terugvinden. Dit is ook mogelijk via deze link.


maandag 26 mei 2014

Observatiestage MUDA

Voor en tijdens de lesstage in het MUDA te Evergem ging ik de klassen waar ik les aan gaf, observeren. Dit deel van de stage is belangrijk, op deze manier kan je de beginsituatie van de leerlingen en de klasgroep inschatten.
Aangezien dit mijn eerste stage was, was de observatie van klasmanagement ook heel belangrijk. Door het observeren van de groepsdynamica, samengaand met de aanpak van de vakmentor, kan je de situatie in je eigen les beter inschatten en reeds op voorhand nadenken hoe de les kan verlopen. Je kan ook al reeds enkele namen van de leerlingen memoriseren.
Het inschatten van de (individuele) onderwijsbehoeften is niet altijd eenvoudig, door de observatie kom je reeds veel te weten.
Tenslotte is het een sterkte te observeren de les voordat je zelf moet lesgeven. Zo weet je exact wat reeds gezien werd en kan je in je eigen les hiermee een link leggen.

 
Mijn impressies, opgedaan in deze observatiestage, kan u schematisch terugvinden in onderstaande mindmap. Of via deze link.
 

donderdag 22 mei 2014

Impressie klassenraad

Afgelopen woensdag heb ik de kans gehad een klassenraad bij te wonen op mijn stageschool. Deze kans heb ik dankbaar met beide handen gegrepen. De week voordien simuleerden we in de opleiding, in het vak PPC, een kernklassenraad. Op dat moment leek alles heel geboetseerd. Echter, bij het bijwonen van deze klassenraad kwam ik al snel tot de constatatie dat onze kernklassenraad niet veel afweek van een reële situatie.

De klassenraad die ik kon bijwonen betrof een pre-deliberatie. De klastitularis was de voorzitter van de klassenraad, bijgestaan door de co-titularis. De graadcoördinator noteerde alles onmiddellijk in het leerlingenvolgsysteem. Leerling per leerling wordt overlopen. Zowel de punten, de vooruitgang of achteruitgang als de attitude vormen een insteek in het gesprek.
Zoals we in de opleiding reeds uitgebreid zagen spelen de ouders een belangrijke rol. In het beleid hier zag ik dat er altijd eerst een gesprek met de leerling wordt aangegaan en dat pas nadien de ouders gecontacteerd worden. Hieruit bleek dat er veel verschil is tussen de ouders en hun invloed op hun kind.
Ook hier waren er verschillende leerlingen die GON - begeleiding krijgen. Voor de meeste leerlingen is dit een serieuze vooruitgang en maakt hun functioneren eenvoudiger. Zowel leerlingen met ADHD, dyslexie of autisme. Dit vraagt van de leerkrachten om veel begrip en geduld.

Geduld-en-doorzettingsvermogen-bij-creatieve-visualisatie           

Net zoals deze spin geduldig wacht op een prooi, zo brengt een leerkracht elke dag weer hetzelfde geduld op met de leerlingen. Keer op keer hetzelfde zeggen, hen positief bekrachtigen en hen het beste uit zichzelf laten halen. Zoals je ziet op de linkerfiguur, een plantje kan pas groeien als het met veel zorg en liefde omgeven wordt. Het moet aarde hebben en elke dag water krijgen. Datzelfde heeft een leerling nodig om te kunnen groeien, veel liefde, aandacht en vooral begrip.

Op de klassenraad zag ik dat de leerkrachten al deze aspecten voor elke leerling voor ogen hadden. Helaas is liefde, aandacht en begrip niet altijd voldoende of moet er bijgestuurd worden. Op dat moment heb je als leerkracht verantwoordelijkheden. Zo breng je het lerarenteam op de hoogte van de moeilijkheden zodat deze samen kunnen aangepakt worden. Hierbij kan een verwittiging van de leerling en/of het contacteren van de ouders heel belangrijk zijn. Dit zowel voor de leerprestaties als opvoedkundig. De leerling, leerkrachten en ouders vormen 1 team. Ze hebben 1 gemeenschappelijk doel : het groeiproces van de leerling zo goed als het kan te ondersteunen zodat deze zich kan ontwikkelen tot een goede volwassene met een eigen identiteit. 
Deze ondersteuning en dit doel werd bij elke leerling op de klassenraad vooropgesteld. 

Wat me ook opviel is dat de vooruitgang van de leerlingen bekeken wordt en niet enkel de leerlingen die het al een tijdje minder goed deden. Er wordt kort op de bal gespeeld als een leerling voor 1 of meerdere vakken minder presteert dan voordien, hoewel de resultaten toch ruim voldoende zijn.
Op deze klassenraad werden ook enkele kleine beslissingen ivm maatregelen voor leerlingen met een leerstoornis besproken. Het was zeer interessant dit toegepast te zien in de praktijk. Verder was het heel mooi dat de leerkrachten vragende partij zijn om de presentatie van een leerlinge met dyspraxie bij te wonen. Dit naar aanleiding van een presentatie die ze aan haar medeleerlingen gaf tijdens een les. Uiteraard wordt eerst gevraagd of deze leerlinge dit wel wil. Dit is een mooie illustratie dat de leerkrachten het beste voor hebben met de leerlingen en zich daar ook ten volle voor inzetten zodat ze alle leerlingen kunnen begrijpen.

Tenslotte viel me ook sterk op dat de ontwikkeling van leerlingen heel sterk afhangt van de klasgroep. Zowel de sterkte of zwakte van de klas en de klassfeer zijn bepalend voor de persoonlijke groei van de leerlingen.

woensdag 30 april 2014

Digitaal leerpad bloedsomloop

Als tweede microles DCO kregen we een opdracht waar we creatief aan de slag konden; een BZL opstellen waarin differentiatie aan bod komt. We kregen de mogelijkheid dit te koppelen aan onze stage. In één van mijn stagelessen ga ik de bloedsomloop behandelen, dit is een dankbare les om via BZL te geven.




BZL staat voor begeleid zelfstandig leren. Dit wil zeggen dat de leerkracht in het begin van de les instructies geeft en dat de leerlingen de volledige les zelf aan de slag gaan. Hier was de opdracht een site te maken als BZL. 
De BZL start met duidelijke instructies en de lesdoelen. Nadien kunnen de leerlingen zelf bepalen of ze nog een herhaling van het hart nodig hebben of niet. De BZL is een afwisseling van theorie en oefeningen, zo zijn er invuloefeningen maar ook figuren waarop de leerlingen de juiste delen moeten kunnen benoemen. Kortom, er zit voor elke leerling iets tussen wat hem of haar aanspreekt.

Na het doorlopen van het leerpad hebben de leerlingen ook de mogelijkheid om de uitbreidingsleerstof door te nemen. Hier staat kort wat informatie over hart- en vaatziekten en leukemie. Tenslotte is er ook een pagina waar interessante linken op verzameld staan. De leerlingen krijgen ook de mogelijkheid om interessante informatie in verband met het bloed aan te reiken. Zo is het de bedoeling dat de site op termijn een databand wordt met extra informatie die de leerlingen ten allen tijde kunnen raadplegen.

Het maken van zo een google site en de bijhorende oefeningen gaat echter niet vanzelf. Zo ben ik tijdens het creëren van de site op verschillende moeilijkheden gebotst. Maar hoe meer ik probeerde, hoe meer vertrouwd ik met de verschillende tools werd. Het is me ondermeer gelukt om een google formulier te maken en dit in de site in te voegen, net zoals de youtube filmpjes. Dit had ik niet van mezelf verwacht toen de opdracht werd voorgesteld. Conclusie, geef niet op voor je reeds begonnen bent, soms kan je meer dan je denkt! 

Zo, nu wil ik jullie niet langer in spanning houden. Jullie kunnen de site zelf verkennen door te klikken op deze link.

Ik zou het heel erg op prijs stellen om feedback te ontvangen. Ook als er vragen zijn over technische aspecten of over materiaal dat ik gebruikte, kan u me altijd contacteren via delphine.goethals@leraarzijn.be 

maandag 6 januari 2014

Presentatie inleefstage


Via onderstaande linken is het mogelijk mijn presentatie over de inleefstage te bekijken. 
Ik vertel eerst wat meer over mijn impressie van de inleefstage, gevolgd door een reflectie aan de hand van de functionele gehelen en tot slot beschrijf ik mijn visie op onderwijs.





http://screenr.com/pKTN   (deel 1)
http://screenr.com/9KTN   (deel 2)

Wegens heel wat technische problemen met de audio-opname heeft deze opdracht vertraging opgelopen, mijn excuses hiervoor.

zaterdag 7 december 2013

De inleefstage: een impressie van de observatiestage

Een week na onze dag inleven keerden Charlotte, Ilse en ik voor de tweede en laatste keer terug naar het Koninklijk Atheneum GO! te Sint-Niklaas. Dit is niet enkel voor ons een speciale dag maar ook voor de leerlingen, het is de laatste lesdag van het eerste semester want de examens starten morgen. Dit is te voelen in de klas, er heerst een andere sfeer dan vorige week. Cynthia maakt van deze laatste lessen gebruik om de leerlingen zelfstandig oefeningen te laten afwerken. Ook loopt ze rond om de laatste vragen nog te beantwoorden.

Gelukkig hadden Charlotte, Ilse en ik de week voordien al een paar observatieopdrachten kunnen maken waarbij de les zelf van groot belang is. Zo denk ik aan de opdracht van didactiek over de lesdoelen en werkvormen en de observatieopdracht van communicatie. 
Deze voormiddag hadden we nog voldoende tijd om de opdracht van LEV en OMA verder af te werken.
De dinsdagvoormiddag heeft Cynthia altijd een vast uurtje studie. Tegengesteld tot vorige week was er geen enkele leerkracht aanwezig en waren er dus ook geen leerlingen in de studie aanwezig. Dit was voor ons een kans om Cynthia met nog een aantal vragen te bestoken en te luisteren hoe zij het leraar zijn ervaart.





In het algemeen ervaarde ik dit observatieluikje als positief. Het viel me op dat de leerkracht echt haar best doet om afwisseling in de lessen te steken en de leerlingen te blijven motiveren. Zo zagen we in 6 Wetenschappen de resultaten van filmpjes die de leerlingen moesten maken. De opdracht was om de wetten van Newton in het dagelijks leven te illustreren. Dit geeft de leerlingen voeling met fysica in de praktijk. Verder vond ik dat Cynthia een heel goed klasmanagement heeft, ze slaagt er in iedereen te betrekken en de klas onder controle te houden. Zoals bovenstaande figuren aangeven heb je bij het observeren oog voor het geheel maar neem je ook de tijd om eens in te zoomen en om de details te bekijken en bijgevolg ook de waarom van de aanpak. Zo vertelde Cynthia ons ook dat niet alle werkvormen in alle klassen werken. Elke klas is bijzonder en verdient dan ook een andere aanpak. 
Leraar zijn mag dus geen evidentie worden, het mag geen gewoonte worden. Je moet de leerlingen als individuen blijven zien, net als de verschillende klassen.

woensdag 4 december 2013

De inleefstage: een impressie van bijles over de middag

Zoals elke maandagmiddag en dinsdagmiddag was Cynthia op onze eerste dag van de inleefstage beschikbaar voor bijles. Haar klas is deze middagen open en iedereen kan met vragen bij haar terecht. Verder is er voor de leerlingen ook de mogelijkheid om op dat moment een toets in te halen.

Toen wij op bezoek waren was er een leerling die van deze mogelijkheid tot een inhaaltoets, gebruik maakte. Ook waren er verschillende leerlingen die vlak voor de examens van de gelegenheid gebruik maakten om enkele vragen te komen stellen. Het was geen klassieke bijles zoals ik verwacht had. Ik verwachtte effectief een bijles in de letterlijke betekenis van het woord, een extra les om bepaalde delen van de leerstof te verduidelijken. Het was echter zo dat de leerlingen alleen bij de leerkracht kwamen en dat de leerkracht de dingen persoonlijk verduidelijkte, niet in klasvorm. Dit maakt voor me duidelijk dat deze leerkracht echt betrokken is met haar leerlingen, ik denk dat de leerlingen echt geluk hebben met Cynthia als leerkracht. Een persoonlijke aanpak in de mate dat dit mogelijk is, is ook iets wat ik zeker wil meenemen voor mezelf als leerkracht! 


Leerlingen die om extra uitleg komen vragen is voor mij een teken van betrokkenheid van de leerkracht en de leerlingen. Uiteraard komt dit ook voort uit de wens om goede punten te halen maar toch denk ik dat dit ook een bewijs is dat de leerkracht erin slaagt om de leerlingen te blijven motiveren. Dit is een belangrijk aspect van het leraarschap; de leerlingen kunnen motiveren en inspireren! Op deze manier kunnen gesloten deuren opengaan. Naar mijn mening kan je hieraan een gepassioneerde leerkracht herkennen.



Tenslotte wil ik op deze blog naast de impressie van de bijles ook mijn eigen ervaring delen van mijn eerste vergadering als docente. De eerste vergadering waarop ik verwacht werd was de opleidingsraad afgelopen maandag . Ik was heel nieuwsgierig hoe een vergadering ging geleid worden met zo een groot aantal aanwezigen. Mijn verwondering was dan ook groot dat we een SWOT moesten opstellen. We deden dit nog maar juist voor onszelf in kader van de lerarenopleiding, dit was een pluspunt. Iedereen wist wat een SWOT was, gelukkig wist ik dat sinds kort ook. Deze maal ging de SWOT over de opleiding zelf. We werden in groepjes ingedeeld en moesten eerst voor onszelf nadenken over de Opportunities en Threats, nadien werd dit in het groepje besloten. Tenslotte werden de resultaten van de groepjes tot een geheel verwerkt. Door deze vorm van vergaderen heb ikzelf veel bijgeleerd, tot vorig jaar was ik studente in de opleiding en sinds dit jaar sta ik langs de andere kant. Nu voelde ik wat er leeft onder de docenten. Ik keerde dan ook veel indrukken en inzichten rijker naar huis. 

zaterdag 30 november 2013

De inleefstage: het eigenlijke inleven

Na enkele moeilijkheden om onze agenda's op elkaar af te stemmen en na de afwezigheid van Cynthia de week voordien, zijn Charlotte, Ilse en ik dinsdag eindelijk op inleefstage vertrokken. We kwamen dan ook mooi op tijd aan op het Koninklijk Atheneum GO! te Sint-Niklaas om de werkdag van Cynthia mee te volgen. 

Cynthia geeft fysica en/of natuurwetenschappen in het 4de, 5de en 6de jaar. Ze geeft zowel les in het traditioneel onderwijs als aan Freinetonderwijs, dit maakt onze inleefstage extra bijzonder! Het is pas het tweede jaar dat ze les geeft, Cynthia volgt de LIO-opleiding aan Het Perspectief. Het volgen van een beginnende leerkracht is voor ons zeer interessant naar de nabije toekomst toe, binnen 2 jaar staan we misschien in dezelfde positie waarin zij nu staat. 
Cynthia vertelde ons dat de eerste klas, 6WE, het haar vorig jaar heel moeilijk gemaakt heeft. Het is een klas met veel sterke persoonlijkheden. Echter bij het volgen van de les vond ik dat ze de klas heel goed in de hand heeft, iedereen volgde goed mee en je kon ook voelen dat de leerlingen respect voor haar hebben als leerkracht. Wel kon ik begrijpen dat ze er het vorig schooljaar moeilijk mee had, je merkt dat ze de leerkracht ook nu nog zouden testen. Maar Cynthia speelt daar perfect op in! Toen sloeg voor de eerste keer die dag mijn eerste bewondering toe, hoe goed Cynthia als leerkracht anticipeert op opmerkingen van leerlingen. Het lijkt me niet evident om telkens een antwoord klaar te hebben, niet enkel vakspecifiek maar ook op sociaalpsychologisch vlak. Voor zover het hiervoor nog niet duidelijk was wordt het deze eerste les al heel duidelijk, een leerkracht is zoveel meer dan een begeleider van het leerproces!



Bovenstaande figuur illustreert een glimlach, zowel op de mond van de leerlingen als op de mond van de leerkracht als op mijn eigen mond! Deze glimlach houdt positiviteit en hoop in. Naar mijn inzien slaagt Cynthia er als leerkracht in deze glimlach op elk van onze monden te toveren. Ze heeft zoveel enthousiasme in zich dat ze iedereen kan motiveren. De klas die het haar vorig jaar zo moeilijk maakte is één van haar beste klassen en één van de klassen waar ze het meest mee kan doen. Ze heeft terecht het respect van haar leerlingen verworven en dat is als beginnende leerkracht zeker niet evident. Dit leert me ook dat je als leerkracht zelfzeker moet zijn en zeker zelfzeker moet overkomen. 
Wat me ook verbaast is dat leerlingen fysica als vrije ruimte kunnen kiezen. Hierdoor had ze het volgende lesuur maar 4 leerlingen, alle 4 uit de klas 6 Wetenschappen! Hier krijgen ze de kans zich in een onderwerp te verdiepen en wordt er iets meer vanuit de interesses van de leerlingen gewerkt. Dit vereist veel flexibiliteit van de leerkracht.
Tijdens de middagpauze was de leerkracht beschikbaar voor bijles, hierover kan u meer lezen in de volgende blogpost. Na de middag gaf Cynthia natuurwetenschappen in 5 Freinet. Freinet onderwijs vertrekt vanuit de leerling zelf, de leerlingen studeren zelfstandig. Echter, de laatste lessenreeks vroegen de leerlingen zelf om traditioneel les te krijgen. We merkten echter al snel dat de mentaliteit en het niveau in deze klas anders is dan in de klassen traditioneel onderwijs. Tot slot was er nog een les natuurwetenschappen aan 5 sociaal techniek wetenschappen. Ook deze keer zat ik heel verwonderd en vooral bewonderd te kijken. De leerlingen kregen de opdracht om in groepjes van 2 of 3 oefeningen te maken en hierbij kregen ze de oplossingensleutel. Iedereen was effectief bezig met de oefeningen zonder op voorhand te spieken. Als ik terugdenk aan mijn middelbare schooltijd kan ik mij niet inbeelden dat effectief iedereen goed aan het werk is zonder af te wijken van de les. Dit verdient een chapeau voor de leerkracht maar ook voor de leerlingen! 

maandag 18 november 2013

Taalgericht lesgeven

In deze theorie-opdracht van COO staat taalgericht lesgeven centraal. We kozen ervoor om te vertrekken vanuit een moeilijke tekst. Zowel Charlotte, Jarno als Delphine hebben als vakdidactiek natuurwetenschappen gekozen, bijgevolg hebben we naar een tekst gezocht die effectief in onze lessen zou kunnen gebruikt worden.
In de onderstaande prezi vind je een vereenvoudiging van het online gevonden artikel “Depressie na een hartinfarct en vergrote kans op overlijden” van A. Honig terug. Dit artikel kan in de les geïntegreerd worden na het aanhalen van een hoofdstuk over de bloedsomloop.
Depressie komt in onze samenleving steeds vaker voor dus leek het ons nuttig dit artikel, dat een verband weergeeft tussen een hartinfarct en een depressie, te bespreken.
Ook na het bewerken van het oorspronkelijk artikel heeft het wetenschappelijk artikel nog altijd een bepaalde moeilijkheidsgraad. Op deze manier komen de leerlingen voor de eerste keer in aanraking met de structuur en het specifiek taalgebruik van een wetenschappelijk artikel. Het is dan ook de bedoeling van deze oefening om op een speelse manier in aanraking te komen met vaktaal en het artikel stapsgewijs te leren ontleden.

In de prezi wordt eerst de oorspronkelijke tekst aangebracht en worden de zwaktes aangeduid. Deze zwaktes worden nadien stap voor stap uitgewerkt, en er wordt een verbetering aangebracht. Het vakjargon wordt door de studenten ingeoefend door middel van een kruiswoordraadsel en een verbindingsspel. Voor moeilijke woorden wordt een alternatief synoniem gegeven. Tenslotte wordt op het einde van de prezi de aangepaste tekst weergegeven.

vrijdag 8 november 2013

Onderwijshervormingen - inhoudelijke aanpak secundair onderwijs.


De doelstelling om per graad een set sleutelcompetenties, gebaseerd op de Europese sleutelcompetenties[1], vast te leggen die door iedereen te behalen zijn. Daarin is er meer dan vandaag aandacht voor techniek, wetenschappen, economische en financiële kennis, moderne vreemde talen (Frans en Engels), sociale en burgerschapscompetenties, creativiteit en ondernemerszin, sociaal-emotionele ontwikkeling en relationele vaardigheden.


Ik koos deze set sleutelcompetenties omdat ik ze één voor één belangrijk vind en er zeker geen vergeten mag worden. Mijn secundaire loopbaan bestond uit 1 jaar Latijnse, 1 jaar Grieks-Latijnse gevolgd door 2 jaar wetenschappen en 2 jaar wetenschappen-wiskunde. Achteraf gezien – alsook op het moment zelf – miste ik in deze brede opleiding voornamelijk economische en financiële vorming. Dit aspect, wat een belangrijk onderdeel is in de maatschappij en waarvan de kennis ervan bijdraagt tot het goed kunnen functioneren in onze huidige maatschappij, is in geen enkel les ter sprake gekomen. Hoewel de sociale en burgerschapscompetenties vakoverschrijdend aan bod komen in een schoolcontext werden deze, naar mijn mening, net zoals de creativiteit en ondernemerszin en tenslotte de sociaal-emotionele ontwikkeling onvoldoende gestimuleerd en ontwikkeld. Bijgevolg ben ik heel tevreden dat competentiegericht leren een steeds prominentere plaats inneemt in het onderwijs van vandaag en morgen. 
Een competentie is de samenstelling van kennis (wat iemand weet en kent), vaardigheden (in staat te handelen en specifieke taken te verrichten) en attitudes.[2] In competentiegericht leren moeten bijgevolg alle drie de aspecten van competenties worden ontwikkeld.  


Poppetjes die met tandwielen samenwerken
Ordening tandwielen

Bovenstaande afbeeldingen geven een goede weergave van mijn idee over competentiegericht leren. Zo denk ik dat iedereen kwaliteiten heeft maar dat deze moeten ontwikkeld worden en ingezet worden. Dit is mogelijk met de hulp van anderen en jezelf. Om een bepaald doel te realiseren moet je meerdere van deze kwaliteiten inzetten, er is een samenhang en samenwerking nodig. Zo zijn de drie aspecten van een competentie onlosmakelijk met elkaar verbonden en beïnvloeden ze elkaar. Door deze competenties meer te prikkelen, te stimuleren en te ontwikkelen ben ik ervan overtuigd meer zelfbewuste en maatschappijbewuste jongvolwassenen te vormen. 

          
  

Uit bovenstaande sleutelcompetenties wil ik graag twee element uitdiepen, namelijk de competentie voor communicatie in het Nederlands en in vreemde talen. Om deze doelstelling te realiseren werd onderwijsdecreet OD XXIII[3] vastgelegd dat enerzijds stelt dat scholen een verplicht taalbad Nederlands tot 1 jaar kunnen opleggen voor leerlingen die de onderwijstaal onvoldoende machtig zijn. (ingangsdatum 01.09.2014) Hieraan gekoppeld stelt het decreet ook dat er een taalscreening plaatsvindt bij de overgang van het lager naar het secundair onderwijs. (ingangsdaum 01.09.2014) Anderzijds maakt bovenvernoemd decreet de verankering CLIL[4] (Content and Language Integrated Learning) mogelijk. (ingangsdatum 01.09.2014)


Het lijkt me evident dat de leerlingen de Nederlandse taal moeten beheersen als ze les krijgen in het Nederlands. Hierbij is het belangrijk dat de beginsituatie op het gebied van taal ongeveer bij elke leerling hetzelfde is. Een taalscreening is bijgevolg een goede methode om deze beginsituatie in te schatten. Indien nodig kan er op basis van deze taalscreening extra maatregelen genomen worden zodat alle leerlingen hetzelfde niveau bereiken. Deze maatregelen kunnen gaan van bijscholing, extra oefeningen tot een verplicht taalbad Nederlands tot 1 jaar. Op deze manier zijn alle leerlingen de onderwijstaal voldoende machtig zodat ze gelijke onderwijskansen krijgen.

Vooral het tweede luik, namelijk de competentie voor communicatie in vreemde talen, trekt mijn aandacht. CLIL-onderwijs lijkt me een heel zinvolle methode, op deze manier leren de leerlingen niet enkel de vakinhoud maar geïntegreerd ook een vreemde taal. Ondanks dat ik een wetenschapper ben in hart en nieren ben ik me heel bewust van de noodzaak aan taal, zo ook van vreemde talen. 

Dr. Barbara De Groot stelt in Klasse dat bij de CLIL-methode 4 aspecten centraal staan namelijk communicatie, vakinhoud, cultuur en cognitie.[5] De aspecten communicatie en vakinhoud spreken voor zich, zo is het evident dat de kennis van het vak niet achteruit mag gaan. Dit wordt geïntegreerd met het doel de vreemde taal zo goed mogelijk te beheersen. Hier is het belangrijk dat de CLIL-leerkracht nauw samenwerkt met de taalleerkracht, zo kunnen deze op elkaars lessen en de kennis van de leerlingen inpikken. Het aspect cultuur houdt in dat de leerlingen bewust worden en openstaan voor vreemde talen en culturen. Tenslotte zijn er ook cognitieve aspecten van de CLIL-methode, zo zorgt de integratie van talen met zaakvakken voor een betere werking van het brein en bijgevolg ook van het leerproces. 


Het onderwijsdecreet XXIII stelt in artikel III.34. dat er in het voltijds secundair onderwijs in de lessentabel, naast de vakken moderne vreemde talen, voor maximum 20% zaakvakken kunnen worden aangeboden in het Frans, Engels of Duits. Dit houdt met andere woorden in dat de leerlingen ervoor kunnen kiezen om bepaalde zaakvakken in één van de bovengenoemde vreemde talen kunnen volgen. Het lijkt me interessant om de vakken waarin leerlingen sterker zijn, in een vreemde taal te onderwijzen. Hierbij staat centraal dat de leerling hier zelf voor kan kiezen. Zo zal bijvoorbeeld een leerling wetenschappen, de wetenschapsvakken in een vreemde taal kunnen volgen.

Vreemde talen worden steeds belangrijker, op de arbeidsmarkt wordt steeds meer een sterke talenkennis gevraagd. Door dit geïntegreerd aan te bieden gaan de leerlingen onbewust en bewust meer van de taal oppikken, vakspecifiek gericht. Ook in het hoger onderwijs wordt er steeds meer in een vreemde taal onderwezen. Ook wetenschappelijke artikels of artikels uit vaktijdschriften zijn in vreemde talen. Het lijkt me daarom heel goed de leerlingen in het secundair onderwijs meer vertrouwd te maken met een vakspecifieke taalkennis. Dit zorgt er uiteraard ook onbewust, of bewust, voor dat de barrière om te praten in een vreemde taal verkleint. Tenslotte is een taal leren in een vak dat je graag doet een extra stimulatie om de taal onder de knie te krijgen. De motivatie is hoger, het lijkt me ook aanneembaar dat er eerder een intrinsieke motivatie voor het leren van de taal ontstaat.



   







Bovenstaande figuren illustreren mijn visie op de CLIL-methode. De linkse figuur stelt een persoon voor die de wereld in zijn/haar handen houdt. Door vertrouwd te zijn met vakspecifieke taalkennis gaan er meer deuren voor je open, de wereld ligt in je handen. Je krijgt zowel op de arbeidsmarkt als in het hoger onderwijs meer mogelijkheden zonder dat je daar bewust meer inspanning voor moet doen. De rechtse figuur stelt 2 personen, afkomstig van een ander continent, voor die elkaar de hand schudden. Door zaakvakken in vreemde talen aan te bieden gaat niet enkel de vakspecifieke taalkennis verrijken maar ook de communicatie in deze vreemde taal. Je kan als het ware vlotter de hand reiken aan personen die een andere moedertaal spreken. 



Hieruit wil ik besluiten dat competentiegericht onderwijs een belangrijke stap is. Het verwerven van louter kennis is niet representatief voor de arbeidsmarkt noch het hoger onderwijs.  Vaardigheden en attitudes zijn minstens even belangrijk, kennis wordt hiermee ook vastgezet. Met competenties kan je ook heel wat meer bereiken, zo verrijken competenties ook je persoonlijk leven. Denk maar aan de basiscompetentie cultureel bewustzijn of sociale en burgerschapscompetenties. Tenslotte krijgen de competenties communicatie in het Nederlands en communicatie in vreemde talen extra aandacht in onze internationale samenleving. Het is voor elke jongvolwassene en elke burger steeds belangrijker om meerdere talen te beheersen, zowel op professioneel vlak als persoonlijk vlak. Ikzelf ben voorstander om dit te integreren in zaakvakken, het is tenslotte ook op deze manier dat deze jongvolwassenen de taal moeten inzetten. Bijgevolg ben ik gemotiveerd om hierin mee te stappen en een extra opleiding CLIL-onderwijs te volgen.



Bronnen :
1.       Figuur Tandwielen in het hoofd aanwezig https://www.it-contracts.nl/images/kennisbank-tandwielen.gif
3.       Talent does not define you, passion does http://www.managingthoughts.be/afbeeldingen/tandwielen_afb.png
5.       Figuur Wereldbol in je handen


6.       Figuur Handen voor wereldbol




[1] http://europa.eu/legislation_summaries/education_training_youth/lifelong_learning/
c11090_nl.htm De 8 Europese sleutelcompetenties zijn : competenties voor communicatie in het Nederlands, competenties voor communicatie in vreemde talen, wiskundige competenties en competenties in exacte wetenschappen en technologie, digitale competenties, leercompetenties, sociale en burgerschapscompetenties, initiatief en ondernemerschapcompetenties, competenties voor cultureel bewustzijn.
[2]  http://www.competentindesocialprofit.be/?cid=1&pagina=103-wat-zijn-competenties
[3] http://codex.vlaanderen.be/Zoeken/Document.aspx?DID=1023212&param=inhoud&AID=1166808
[4] http://www.ond.vlaanderen.be/obpwo/rapporten/clil/ER.pdf
[5] http://www.klasse.be/leraren/39719/vakken-in-vreemde-taal-krijgen-is-wel-goed-voor-het-nederlands/