zaterdag 5 oktober 2013

Onderwijsbevoegdheid

Bij de beslissing om de specifieke lerarenopleiding te volgen komt de volgende vraag al snel aan bod : “Welke vakken mag ik geven en in welke graden?”. Het antwoord blijkt echter niet zo eenvoudig en eenduidig te zijn als eerst gedacht.

Er is een belangrijk verschil in bekwaambaarheidsbewijzen. Zo bestaan er 3 verschillende soorten: vereiste bekwaamheid (VE), voldoende bekwaamheid (VO) en andere bekwaamheid (AND). Je kan op de site van de overheid terecht om te weten voor welke vakken je met je huidg diploma een vereist bekwaambaarheidsbewijs bezit. Zo nam ik de proef op de som en zocht mijn opleiding (Farmaceutische en biologische laboratoriumtechnologie) op in de lijst. Mijn teleurstelling was echter groot toen bleek dat mijn diploma niet in de lijst is opgenomen. Echter, bij het volledig doorlopen van de lijst kwam ik HOKT (hoger onderwijs korte type) Farmaceutische en biologische technieken + BPB (pedagogische bekwaamheid) tegen. Na wat opzoekwerk blijkt dit de voormalige benaming van de opleiding te zijn, maar deze is in tussentijd volledig hervormd. Bij dit laatstvernoemde diploma is er 1 vereiste bekwaamheid namelijk apotheek. (TV/PV, in 2e en 3e graad ASO/KSO/TSO/BSO) Dit vak komt echter enkel voor in de opleiding apotheek-assistent, wat niet zoveel wordt aangeboden.

Verder is er in de lijst ook bachelor + BPB opgenomen. In deze lijst zijn er een pak meer vakken opgenomen met echter allemaal een VO. Na een logische selectie van de vakken die ik in mijn opinie kan geven volgt hieronder een korte samenvatting.


Algemene vakken (AV):

Biochemie                                            2e graad ASO/KSO/TSO + 3e graad BSO
Biologie                                                1e en 2e graad ASO/KSO/TSO + BSO (alle 3)
Chemie                                                 2e graad ASO/KSO/TSO + 2e en 3e graad BSO
Fysica                                                   1e en 2e graad ASO/KSO/TSO + BSO (alle 3) 
Natuurwetenschappen                        1e en 2e graad ASO/KSO/TSO + BSO (alle 3) 
Wetenschappelijk werk                       1e en 2e graad ASO/KSO/TSO         
Wiskunde                                              1e en 2e graad ASO/KSO/TSO + BSO (alle 3) 

Technische vakken (TV): 

Apotheek                                              2e en 3e graad ASO/KSO/TSO/BSO 
Toegepaste biochemie                      2e graad ASO/KSO/TSO + 3e graad BSO
Toegepaste biologie                           2e graad ASO/KSO/TSO + 2e en 3e graad BSO
Toegepaste chemie                            2e graad ASO/KSO/TSO + 3e graad BSO
Toegepaste fysica                               2e graad ASO/KSO/TSO + 2e en 3e graad BSO

Toegepaste natuurwetenschappen   2e graad ASO/KSO/TSO + 2e en 3e graad BSO 

Praktische vakken (PV):
Apotheek                                          2e en 3e graad ASO/KSO/TSO/BSO
Praktijk toegepaste biochemie      2e en 3e graad ASO/KSO/TSO + 3e graad BSO
Praktijk toegepaste biologie          2e en 3e graad ASO/KSO/TSO + 2e en 3e graad BSO
Praktijk toegepaste chemie           2e en 3e graad ASO/KSO/TSO + 2e en 3e graad BSO
Praktijk toegepaste fysica              2e en 3e graad ASO/KSO/TSO + 2e en 3e graad BSO

Praktijk toegepaste natuurwetenschappen  
                                    2e en 3e graad ASO/KSO/TSO + 2e en 3e graad BSO

Ik speelde echter altijd met het idee om praktijkles te geven in het hoger onderwijs, wat ik dit jaar reeds parttime doe. Voor deze functie is een BPB niet vereist maar wel een pluspunt. Ikzelf vind het echter een belangrijke meerwaarde voor mezelf.

In de opleiding kies ik voor het vak chemie of natuurwetenschappen. Laatstgenoemde spreekt me meer aan om stage te lopen omdat er niet enkel chemie maar ook biologie en fysica gegeven wordt. Zoals Ken Robinson stelt in Het Element, botst het idee van aparte vakken die niets met elkaar gemeen zouden hebben met het principe van dynamiek. Natuurwetenschappen is hiervan een goed voorbeeld; de vakken chemie, fysica, biologie en wiskunde bestaan niet naast elkaar maar bestaan door elkaar. De natuurfenomenen kunnen niet zomaar in hokjes of vakjes verdeeld worden maar beïnvloeden elkaar. In dit 'vak' kan je als leerkracht in de leerplannen raakvlakken zoeken en deze wetenschappen aan elkaar linken en aanbrengen. De leerlingen zullen de natuur op deze manier veel beter kunnen vatten.

Het spreekt me aan om naast een job in het onderwijs ook nog zelf in de praktijk te staan. Daarom is de werkzekerheid voor mij iets minder belangrijk. Zo zou ik al tevreden zijn met een parttime job als deze niet verspreid is over alle dagen in de week en bijgevolg mogelijkheden tot combinatie biedt. Don Lipski stelt in Het Element dat het het belangrijkste is om kinderen aan te moedingen dingen te doen waarover ze enthousiast zijn. Als leerkracht met praktijkervaring denk ik dat het gemakkelijker is dit enthousiasme op te wekken en te blijven voeden.

Momenteel heb ik nog geen zicht op mijn toekomstplannen. Tot een 2tal weken geleden was mijn plan de opleiding dit jaar af te ronden zodat ik kan ontdekken of lesgeven inderdaad iets voor mij is. Nadien zou ik liever eerst wat praktijkervaring opgedaan hebben in een bedrijf omdat ik sterk geloof in het overbrengen van informatie uit je eigen ervaringen. Op deze manier sta je sterker in je vakgebied. Vervolgens dacht ik binnen een 5tal jaar uit te kijken naar een job in het onderwijs. Het toeval heeft echter anders beslist.



Bovenstaande foto illustreert mijn visie op mijn instap in het onderwijs. Door mijn wens om ook nog in de praktijk zelf te staan zal het een puzzel worden met uren. Daardoor vrees ik dat de kansen klein zijn, wat natuurlijk afhangt wat er gevraagd wordt. Momenteel werk ik 8u per week, wat voor veel puzzelen zorgt met de lerarenopleiding omdat er juist 4 daarvan op de woensdag vallen. Ik denk dat deze lijn zich zal doortrekken. Echter, als de 8u op een volledige dag vallen, wat naar de toekomst toe bespreekbaar is, heb ik mogelijkheden om een parttime job te vinden. Eventueel zelfs in het secundair onderwijs. Dit vormt een hele uitdaging die zeker de moeite waard is om aan te gaan!


Het onderwijs in Vlaanderen kent 3 onderwijsnetten waar het verschil ligt in de inrichtende macht. Zo is er het Gemeenschapsonderwijs een Vlaamse openbare instelling. Het officieel gesubsidieerd onderwijs is ingericht door een openbaar bestuur zoals de steden en gemeenten enerzijds en de provincie anderzijds. Tenslotte is er nog het vrij gesubsidieerd onderwijs dat wordt ingericht door een privé-persoon of een privé-organisatie. Deze 3 onderwijsnetten hebben een andere visie, waar het verschil voornamelijk zit in de religieuze visie of specifieke pedagogische methodes. Het is belangrijk de visies van de verschillende netten te vergelijken en te ontdekken achter welke visie je als leerkracht zelf staat.


Natuurwetenschappen wordt in de eerste graad ASO 1 à 2 uur per week aangeboden. In het KSO wordt er in de eerste graad 1 à 2 uur per week aangeboden en in de 2de graad 2 uur per week. In het TSO wordt het in de 2de graad vaak 1 jaar, 1 uur per week aangeboden.

Natuurwetenschappen is een algemeen vak, bijgevolg moet je 22u werken in de 1ste graad of 21 uur in de 2de graad als je een voltijdse opdracht wilt hebben. Tenzij het een grote school betreft, is het heel moeilijk om deze uren op dezelfde school te presteren. Na een aantal jaren bestaat er ook de mogelijkheid tot BPT uren(bijzondere logistieke taken). Deze zijn uren bedoelt voor andere taken dan lesgeven zoals graadcoördinatie, internationalisering,.. 

Volgens het Arbeidsmarktrapport prognose 2011-2015 zal het aantal leerlingen in het secundair onderwijs afnemen, waardoor bijgevolg de vraag naar onderwijzend personeel ook zal afnemen. Daar tegenover staat dat de uitstroom van personeelsleden toeneemt door het effect van de vergrijzing. 

Bij het aanbod is er een lichte stijging van het aantal uitgereikte diploma's in de geïntegreerde lerarenopleidingen. Het aantal inschrijvingen bij de SLO aan de universiteiten kent een drastische daling wat zich ook doortrekt naar een daling van de afgestudeerden. Het aantal uitgereikte diploma's in de SLO aan de hogescholen kent een stijging. Bij de SLO aan centra voor volwassenenonderwijs is er ook een stijging van het aantal uitgereikte diploma's vastgesteld. Echter, niet alle afgestudeerden stromen ook effectief door naar een job in het onderwijs. Verder is er ook de uitstroom van beginnende leerkrachten. Samengevat daalt het aanbod leraren SO lichtjes in de prognose gedurende periode 2012-2015.
Verder is wiskunde een knelpuntvak in het secundair onderwijs. Voor het onderzoek van de knelpuntvakken is er echter alleen rekening gehouden met kandidaten die over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat bepaalde vak beschikken. Voor chemie is er een licht overaanbod, voor natuurwetenschappen is er een beduidend sterk overaanbod net zoals voor biologie. Tenslotte besluit het Arbeidsmarktrapport prognose 2011-2015 dat er de komende vier jaar een overschot zal zijn van 4 365 leraren, wat een stijging betekent ten opzichte van de vorige jaren. 

De Arbeidsmarktbarometer 2012 toont een daling van het aantal openstaande vacatures in de 1ste en 2de graad van het secundair onderwijs vanaf mei 2012.


Uit deze analyse kan besloten worden dat het als leerkracht Natuurwetenschappen niet gemakkelijk zal zijn om werk te vinden en nog moeilijker om een fulltime opdracht te vinden. Dit enerzijds door het beperkt aantal lesuren en anderzijds door het hoge aanbod van leerkrachten met een vereiste bekwaamheid voor natuurwetenschappen. 



Het 'waarom' van onderwijs

De 'waarom'-vraag is een vaak gestelde vraag door een kind. Deze wordt vaak beantwoord met 'daarom' - een antwoord dat ikzelf vaak te horen kreeg - omdat een ouder geen antwoord heeft op alle vragen. Zo blijft ook de vraag waarom ze naar school moeten gaan vaak niet buiten schot. Deze vraag kan echter écht beantwoord worden, en niet zomaar met 'daarom'.


Bovenstaande afbeelding illustreert mijn visie op het antwoord op deze 'waarom'-vraag.
Als kind zit je in een bepaalde vertrouwde omgeving, je wordt als het ware omgeven door een cocon. Door naar school te gaan wordt deze cocon opengesteld en krijg je de kans om over het hoekje te kijken. Als leerkracht heb je hierbij een belangrijke rol, zowel educatief als opvoedkundig. 

Op educatief vlak is het belangrijk kennis over te brengen en vaardigheden te helpen ontwikkelen. In het leerproces leren ze hun sterke en minder sterke kanten kennen en ontdekken de leerlingen waar hun interesse ligt. Om dit te bekomen is het noodzakelijk dat ze openstaan voor nieuwe kennis en van alles wat proeven. 
In het huidig onderwijsmodel ligt de nadruk steeds meer op procesgericht onderwijs. Hierin speelt ICT een belangrijke rol. Het is de taak van de leerkracht om het gebruik van dit medium op een goede manier aan te brengen. Zo moeten de leerlingen vlot leren opzoeken en een kritisch beeld vormen over de aangereikte informatie.

Verder heeft de leerkracht ook een belangrijke opvoedkundige taak. Dit ligt in het verlengde met de opvoedkundige taak van de ouders. Zo leren ze in een klasgroep omgaan met mensen en respect hebben voor andere persoonlijkheden. Dit gaat verder dan de klasgroep maar omvat de volledige school. De leerlingen komen in aanraking met een grote diversiteit waar ze mee leren omgaan. Ze leren samenwerken, overleggen, verantwoordelijkheid opnemen maar ook zelfstandig zijn en leren van elkaar.
Ook de school speelt een belangrijke rol bij het aanbrengen van waarden en normen waar de school zelf voor staat.

Het uiteindelijke doel is dat de leerlingen zich in het laatste jaar secundair onderwijs door middel van het leerproces en de aangereikte informatie een beeld ontwikkelen over waarin ze geïnteresseerd zijn en waar hun sterke en minder sterke punten liggen. Op basis hiervan maken ze een bewuste studiekeuze naar het hoger onderwijs toe of gaan ze aan de slag als werknemer in een sector dat ze graag doen!

Na het afronden van hun studies bezitten de studenten niet enkel over de nodige vakkennis maar bezitten ze ook - minstens even belangrijk of misschien zelfs het belangrijkste - sociale vaardigheden en een eigen visie over de maatschappij.

Op het werkveld is ook deze ontwikkeling zichtbaar, steeds meer wordt er expliciet naast het vereiste diploma om kwaliteiten zoals kritisch denkvermogen, zelfstandigheid en teamgericht werken gevraagd. Een bedrijf waarin de werknemers aan deze kwaliteiten voldoen, is een bedrijf waarin er graag gewerkt wordt. Dit draagt bijgevolg veel verder dan het bedrijf zelf, maar werpt ook vruchten af op de maatschappij en het algemeen welzijn.

maandag 30 september 2013

Visie op onderwijs


Reeds bij het aanvatten van mijn hogere studies had ik de droom om les te geven in wetenschappen. Zo wou ik eerst een wetenschappelijke opleiding doorlopen, gevolgd door de SLO om nadien mijn kennis te kunnen doorgeven. Toen al bestond mijn droom meer specifiek uit een parttime lesopdracht gecombineerd met een parttime job in de bedrijfswereld. Dit lijkt me heel interessant omdat je op deze manier de nieuwste technieken en ontdekkingen uit de bedrijfswereld kan delen met je leerlingen. Ook je praktijkervaring zelf kan je delen, je spreekt niet puur over het theoretische aspect maar je hebt een andere voeling met de materie. Zeker in wetenschappen vind ik het een belangrijk pluspunt dat je deze praktijk integreert in de lessen. Hetgeen in de bedrijfswereld als belangrijk wordt ervaren kan je de leerlingen meegeven.
Deze tweezijdigheid heeft voordelen in de beide richtingen. Naast het voordeel dat je als leerkracht je ervaring kan delen met je leerlingen, kunnen de leerlingen je ook dingen bijbrengen. Zo kan er bij het begeleiden van een eindwerk in hoger onderwijs of het begeleiden van een GIP (geïntegreerde proef) in het secundair onderwijs, zelf ook nieuwe kennis opgedaan worden. Dit vormt een extra uitdaging voor de leerkracht, zo heb je naast het zelf bijscholen een extra bron aan informatie en spoort het jezelf aan om kritisch te blijven.

Waarom de keuze van wetenschappen?
Reeds in het middelbaar volgde ik wetenschappen-wiskunde 6. Op het einde van het laatste jaar had ik het heel moeilijk met het maken van een studiekeuze. Wetenschappen intrigeerde me enorm. Er was reeds een tipje van de sluier opgelicht, maar er was nog zoveel te ontdekken. Ongelooflijk hoe de natuur in elkaar zit! 
Echter, ik wou ook sociaal contact met mensen meer bepaald iets betekenen voor mensen of deze helpen. Toen dacht ik bijvoorbeeld aan sociaal werk. Wetenschappen en een sociale job zijn echter moeilijk te rijmen als je het contact met de collega’s op de werkvloer achterwege laat. Tenslotte startte ik aan een wetenschappelijke opleiding, toen nog farmacie, met in het achterhoofd het sociale aspect te vinden in het doorgeven van mijn opgedane kennis. 
Zoals bovenstaande figuur illustreert Is het de taak van de leerkracht om de leerlingen te motiveren. Als het je lukt de leerlingen zo te motiveren dat ze graag naar school komen, ben je goed bezig! Dit kan je realiseren door de kwaliteiten van de leerlingen te benadrukken in plaats van telkens te vermelden wat beter kan. Elke leerling is uniek en moet gerespecteerd worden, dit vormt ook de grote uitdaging en maakt het onderwijs juist zo interessant. 
De leerlingen kan je ook motiveren door vakoverschrijdend te werken. Zo moet het mogelijk zijn om een actueel onderwerp aan te halen in de lessen en creëer je ook een aanknooppunt. Zo blijft zowel de leerstof meer hangen maar zien de leerlingen ook dat de theorie getoetst kan worden aan de praktijk.
De rol van de leerkracht is zoveel meer dan louter onderwijzen. Naast de onderwijzende functie is er onder andere de opvoedkundige en maatschappelijke rol. Als er problemen zijn tussen de leerlingen onderling of zelfs tussen de leerkracht en de leerlingen is het belangrijk dat daar open over gecommuniceerd kan worden. Daarom vind ik het belangrijk dat een leerkracht tussen zijn leerlingen staat en geen louter autoritair figuur is. Streng maar rechtvaardig vind ik een belangrijke eigenschap van een leerkracht.

Tenslotte is het als leerkracht ook belangrijk om te goed te communiceren, zowel naar leerlingen, ouders maar ook naar de collega's en directie. Een goede band met collega's is voor mij belangrijk, zo kan je met hen ook indrukken of bezorgdheden over leerlingen uitwisselen om zo samen te overleggen hoe deze leerling het best geholpen kan worden. Op deze manier wordt de leerling in zijn ontwikkeling, zowel qua kennis als opvoedkundig het best ondersteund.